- Home
- Activiteiten
- Fotoalbum
- Oproepen
- Verhalen
- Verleden
- Contact
- Links
- de Kroon en Hollands Kroon
- EenDijkVanEenDijk
- Archief alkmaar
- Noord Hollands Archief
- Zijper Museum
- Historische Vereniging Wieringen
- Westfriesgenootschap
- Oneindignoordholland
- Boerderijen stichting
- Zakenclub Middenmeer
- Senioren Hollands Kroon
- Ontmoetingskerk Middenmeer
- NGK Wieringermeer
- Zijper Collectie Beheer Systeem
- Oude Glorie
Munitie rijden voor de Duitsers
Munitie rijden voor de Duitsers
Periode; 1945
Verteld door dhr P.van Zunderen
Plaats; Wieringerwerf
Vader stond verbaasd toen de buurman stopte met werken in zijn tuintje.
We kwamen in 1936 hier wonen. Vader zou een boerderijtje krijgen maar dit is niet doorgegaan. Hij ging toen werken bij de Cultuurmaatschappij en daarna bij het Staatsbedrijf op een staatsboerderij J8 bij boer Groene. Deze lag aan de Klieverweg, wat nu Robbenoordweg is. In de Sternstraat woonde naast ons Vermeere het was een groot gezin. Vader stond eens in de tuin te schoffelen en Vermeere ook en ze waren wat aan ’t praten, totdat Vermeere zei; “Ik stop ermee ik doe helemaal niks meer in die rot tuin”. Mijn vader was verbaasd en zei hem; “ben je gek geworden, wat mankeert je we moeten zaaien, het is prachtig weer”. “Maar dan nog wat, jij moet altijd voor die Duitsers rijden, wat moet jij altijd wegbrengen?”. Hij zei; “Daar mag ik helemaal niks over zeggen, maar als je kan zwijgen dan zal ik het je vertellen. Je moet het aan niemand vertellen”. Vader beloofde dat. Hij zei; “ik moet munitie rijden voor de Duitser,s maar ik kan en mag niet zeggen waar naartoe”. Toen eenmaal de dag daar was, zei hij;”nou mag je het wel weten. Ik heb munitie naar de dijk moeten rijden voor die Duitsers”. Hij was niet in dienst van ze, maar werd verplicht om dit te doen. Ze hadden paard en wagens in beslag genomen en daar moest hij mee rijden. Wel moest hij zwijgen, hij mocht helemaal niets vertellen. Toen het puntje bij paaltje kwam en hij de donderslag hoorde zei hij; “de polder gaat onder water”. Ik was elf toen het gebeurde. Er zijn hier een hoop mensen gebleven. Ik heb het water niet zien komen. We werden gewaarschuwd door het luiden van de kerkklokken en de politie kwam, geloof ik, langs. Er waren mensen die het niet geloofden en zeiden dat het wel mee zou vallen, want eerst moesten de sloten en greppels vol en dan nog de kanalen dus dat zou wel even duren. Vader is later nog wel terug geweest met een bootje, om te kijken of er nog wat te redden viel. Het was na de storm en er was helemaal niets meer.
Geschreven door
Ina Hoogenbosch-Glas


