Periode: 1933-1947
Verteld door: Piet Kistemaker
Plaats: Slootdorp

Inleiding: We gaven de mensen soms wel eens een kopje thee ’s morgens vroeg.

vlnr;Jan Kistemaker, Willem Dees, Piet Kistemaker, Arie Zeeman

Mijn vader en moeder zijn in 1933 begonnen met een melkwinkel in Slootdorp. Deze hebben ze na ongeveer een jaar, in 1934, verkocht aan Kees Kaptein en zijn toen naar Wieringerwerf vertrokken. Kaptein is in Slootdorp een begrip geworden ze hebben er heel lang hun winkel gehad.Vader had in die tijd al een gevoel dat Wieringerwerf het hoofddorp zou worden dus meer kansen. Ze vestigden zich in de Meeuwstraat in het eerste blok en eerste huisje met een klantenbestand van drie gezinnen.

De winkel aan de Terpstraat was toen nog in aanbouw. In die tijd ventte vader ook al de melk rond. ’s Morgens om vijf uur uit bed, om om half zes de eerste liters melk in de daarvoor klaargezette pannen te doen. Deze stonden dan al op de stoep bij de voordeur. Je mocht blij zijn dat de pannen nog schoon waren want er liepen katten en katers genoeg rond. Je belde ook ‘s morgens aan bij de mensen en dan werd er een pan aangereikt. Vader kwam oorspronkelijk uit Wieringerwaard en moeder was een rasechte Wieringse. Met nieuwjaar gingen de kinderen van Wieringen langs de deur om je nieuwjaar te wensen en dan kregen ze meestal een cent. Omdat ze het beslist niet breed hadden in die tijd, kon moeder geen enkele cent missen. Ze kroop dan onder tafel om maar niet gezien te worden.

Ze waren getrouwd op Wieringen en woonden daar in een boerderij voordat de grote stap naar de pas drooggelegde Wieringermeer ondernomen werd. Mijn broer was net een jaar oud toen ze verhuisden naar Slootdorp. In Wieringerwerf hadden ze een winkel–woonhuis. De winkel was al om kwart over zeven open. De katholieke kerk begon toen al zeer vroeg iedere dag en dan kwamen de mensen daarna om half acht al boodschappen doen. We hebben soms wel eens dames uitgenodigd, zo vroeg in de ochtend, om een kopje thee te drinken want ze hadden daar wel trek in. Het was hard werken in die dagen. Vader ventte zelf ook zijn melk uit. Er waren nog niet zoveel bewoners. Het was een dorp dat bestond uit ongeveer vier straten. De boeren werden ook bezocht, zo goed en zo kwaad als het kon.

Tijdens de oorlog hadden we wel last van de Duitsers. Deze haalden de bussen melk en ze wilden steeds maar meer. Vader werd eens zo boos; hij had toen de melkbus gepakt en aangevuld met water. Zo, nú heb je meer. Vader hield liever de melk voor zijn klanten dan dat het naar de Duitsers ging. Hij was eigenlijk wel gevaarlijk bezig op deze manier. Alles was op de bon en ik maar plakken.

Geschreven door: Ina Hoogenbosch-Glas

 

 

Tagged with: